Juni 2019. Premier Theresa May zit te verkommeren achter de zwart gelakte paneeldeur van haar ambtswoning. In 2016 is zij na een korte verkiezingsstrijd uit de bus gekomen als de opvolger van de over Europa gestruikelde David Cameron. Het was May’s voornaamste taak het Verenigd Koninkrijk uit de EU te loodsen. Maar ook May is gestruikeld over Europa (én het Britse parlement), en nu mag de regerende Conservatieve Partij  een nieuwe leider, en dus premier, kiezen. Er zijn twee kandidaten over: Jeremy Hunt en Boris Johnson.

Jeremy Hunt is de zoon van een admiraal en heeft gestudeerd in Oxford. Daarna is hij het bedrijfsleven in gegaan. In 2005 werd hij gekozen in het parlement. Oppositieleider David Cameron nam hem op in zijn schaduwkabinet en later in zijn kabinet. Daar heeft hij diverse posten gehad, laatstelijk het ministerschap van Buitenlandse Zaken na het vertrek van Boris Johnson,  zijn huidige tegenstrever voor het premierschap. Hunt is een vriendelijk ogende, wat saaie man met ruime parlementaire en ministeriële ervaring. Maar hij zal het vermoedelijk moeten afleggen tegen zijn opponent.

Deze opponent, Boris Johnson, opgeleid aan onder meer de elitaire instituten Eton College en Oxford University, is een voormalige journalist, columnist, parlementslid, ex-burgemeester van Londen en ex-minister van Buitenlandse Zaken. Johnson is een flamboyante persoonlijkheid. Hij maakt een wat verstrooide indruk, zijn piekerige blonde haar zit altijd in de war en is nooit verlegen om scherts. Als trainee journalist bij The Times werd hij eind jaren ’80 weg gestuurd wegens zijn creatieve omgang met de feiten, die een constante zou blijken te zijn. In de jaren ‘90 werd hij correspondent in Brussel voor The Daily Telegraph. Voor deze krant schreef hij ronkende artikelen tegen de Europese Unie, ook een constante in de carrière van Johnson. In 2001 werd hij gekozen in het Parlement. Hij bleef in die periode columnist voor diverse media, waar de lezers zich tegoed konden doen aan pikante en controversiële uitspraken.  Na het vertrek van David Cameron wilde hij zich aanvankelijk kandidaat stellen voor het premierschap maar zag er noodgedwongen van af door de kandidatuur van partijgenoot Michael Gove. De nieuwe premier Theresa May nam hem op in haar kabinet als minister van Buitenlandse Zaken, waarschijnlijk om te voorkomen dat hij oppositie zou voeren vanaf de backbenches. Met name op die post zag de wereld in Johnson een onhandige en stuntelige figuur. Hij werd in die functie regelmatig herinnerd aan controversiële uitspraken in zijn artikelen en columns over personen: zo suggereerde hij in een column in The Sun dat president Barack Obama van de VS een ‘voorouderlijke  afkeer heeft van het Britse Rijk wegens diens gedeeltelijk Kenyaanse afkomst ’, die zijn houding richting het Verenigd Koninkrijk zou verklaren[1]. Tijdens een gezamenlijke persconferentie met John Kerry, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken onder Obama, werd Johnson hieraan herinnerd door een journalist. De schaapachtig lachende Johnson begon snel over actuele zaken te praten. De diplomatieke Kerry niettemin prees Johnson uitvoerig als een intelligent en bekwaam man, zo zeer dat Johnson zich geen houding wist te geven en Kerry stamelend verzocht of het iets minder kon. Waarop de ervaren Kerry hem vilein toefluisterde: ‘It’s called diplomacy Boris!’. In de voormalige kolonie Myanmar siste de Britse ambassadeur zijn baas toe dat zijn gedrag ongepast was.

Johnson lijkt een Tefal-politicus bij uitstek te zijn van wie alles afglijdt. Fact checking van zijn beweringen laat een ontluisterend beeld zien. Berucht (of beroemd, afhankelijk van iemands standpunt) is de bewering op de rode campagnebus voorafgaand aan het referendum dat 350 miljoen pond per week die nu afgedragen wordt aan de EU besteed dient te worden aan de NHS, het gezondheidszorgstelsel dat even geliefd is bij de Britten als de EU gehaat. Maar de hoon die hem ten deel viel voor deze fictieve cijfers vanuit de oppositie en zelfs vanuit zijn eigen partij deert hem niet, wetende dat hij er niet op afgerekend wordt. Hij blijft onverminderd populair bij een groot deel van de Conservatieve achterban. Johnson voelt feilloos aan wat de kiezer wil horen en weet dat op aansprekende manier bij de kiezer te brengen. Niet dat het uittreden uit de EU niet een verdedigbare opvatting kan zijn. Integendeel, maar Johnson heeft er geen feiten en argumenten voor nodig.

Uit het oogpunt van goed openbaar bestuur is dit opmerkelijk. Want hoe komt het dat een kandidaat die zich niet gelegen laat liggen aan feiten, zijn dossiers onvoldoende kent, lui is, verkiezingsbeloften doet die hij onmogelijk waar kan maken, politieke leiders persoonlijk beledigt enzovoorts, toch de steun krijgt van een aanzienlijk deel van de bevolking? Ongetwijfeld heeft dat ook te maken met de onvrede bij de achterban over issues waar politici te weinig aandacht aan besteden. Zoals in de rest van Europa was de grote instroom van immigranten al lange tijd een doorn in het oog van veel Britten. Johnson heeft daar handig op ingespeeld voorafgaand aan het referendum en heeft de EU daarvan de schuld gegeven. Hij is, zoals eerder gezegd, altijd een fervente euroscepticus geweest. In dat opzicht heeft hij een duidelijk profiel, meer dan de op dit punt ambivalente Hunt. Zijn euroscepsis sluit goed aan bij het, niet in het minst door hemzelf in zijn talloze columns en artikelen gecreëerde, anti-Europese sentiment bij de Britse bevolking. Verder is de bepaald niet monogame tweemaal gescheiden Johnson losjes ten aanzien van conservatieve christelijke waarden, iets wat in het sterk geseculariseerde Engeland niet meer een probleem is. Wat ethische zaken betreft past hij in veel opzichten beter bij de Liberalen. Zijn benadering van de dingen is opportunistisch en hij verandert van standpunt als dat zijn carrière ten goede komt. Toen Theresa May haar partij beloofde dat zij zou opstappen als de partij zou instemmen met haar Brexit-deal beloofde Johnson vóór te stemmen, terwijl hij steeds mordicus tegen elke deal van May had gestemd. Een aftreden van May betekende leiderschapsverkiezingen en vergrootte immers zijn kans op het premierschap.

In een democratie kan een kandidaat zo ver gaan als de kiezer toestaat, en in het VK, althans in zijn eigen partij, is weinig oog voor het onvermogen van Johnson de vele uitdagingen het hoofd te bieden. Het kan niet anders dan dat de Britse burger grote teleurstellingen te verwerken zal krijgen, die het vertrouwen in de politiek zullen schaden. Reken daarbij dat reeds vele Britten toch al niet veel fiducie hebben in Westminster, met name zij die behoren tot de zgn. working class, waarvan een deel in het geheel niet werkt en leeft in tamelijk armoedige omstandigheden. Het fenomeen Johnson staat trouwens niet op zichzelf. Ook op het Europese continent verschijnen populistische personen ten politieke tonele met veelbelovende  ideeën, zonder feiten en een dosis realisme daarbij nodig denken te hebben. Vaak spelen nationalistische motieven een rol. Zoals ook bij Johnson, alhoewel hijzelf, met zijn gevarieerde (deels continentale) afkomst,  vermoedelijk geen vreemdelingenhater is of zelfs een nationalist, hoogstens een patriot. De kiezer weet het in ieder geval wel te waarderen.

Democratie is een middel om draagvlak te creëren en om machtsmisbruik en tirannie te voorkomen. Democratie is geen waarheidsvinding. In een democratie kan gemanipuleerd worden, zoals dat ook met andere, meer autoritaire regeringsvormen kan. Het verschil is dat in een democratie het electoraat zelf de keuze kan maken. Gaat het mis met die keuze, dan is behalve de kandidaat ook de kiezer zelf verantwoordelijk voor het falen van de overheid – die dat overigens zelden zo beleeft. Ongetwijfeld is er op gevestigde partijen soms flinke kritiek uit te oefenen. Of personen danwel partijen met een populistische signatuur de problemen de baas kunnen die volgens hen anderen laten liggen is de vraag. Voormalig minister en vicepresident van de Raad van State Piet Hein Donner zou zeggen: laat hen zo snel mogelijk regeren. Maar hij bedoelde: ze komen er wel achter dat de bestuurlijke werkelijkheid een stuk weerbarstiger is dan men denkt. Maar voordat men erachter komt zijn we zo een paar jaar verder.


[1] The Independent: 22 april 2016

Join the Conversation

  1. Onbekend's avatar

1 Comment

Plaats een reactie