Gevaren van democratie

Heden ten dage wordt in de westerse wereld democratie beschouwd als een van de grootste verworvenheden. Iedereen wordt geacht een democratische gezindheid te hebben. Geloven in democratie is een vereiste attitude en diegene die twijfelt aan de absoluutheid ervan laat al snel de verdenking op zich totalitaire sympathieën te hebben. Over de nadelen van democratie wordt zelden gesproken. Wel over de gevaren van een dictatuur, die inderdaad evident zijn. Dictaturen, verspreid over de continenten, laten inderdaad een ontluisterend beeld zien; (mensen)rechten worden met voeten vertrapt, enkelingen worden begunstigd ten koste van de meesten en machtsbehoud is het voornaamste doel. Maar is daarmee het democratisch alternatief een volmaakt systeem? In westerse democratieën is het heden ten dage zo dat iedereen vanaf 18 jaar mag stemmen. Daarmee wordt geen onderscheid gemaakt naar ras, geslacht of opleidingsniveau. Iedereen heeft een gelijke stem en iedereen mag mee beslissen over de toekomst van het land. Dat heeft zo z’n nadelen. We noemen er een paar.

De kiezer moet zich, voordat hij in het stemhokje een partij aankruist, een mening vormen over tal van onderwerpen waar hij of zij weinig of zelfs niets van weet. De onderwerpen die in de politiek aan de orde zijn, zijn vaak buitengewoon ingewikkeld en de kiezer kan onmogelijk een verstandige inschatting maken wat de implicaties zijn van besluiten op een veelheid van terreinen. Er is een grote mate van deskundigheid voor nodig om tot een juist oordeel te komen. Men neme bijvoorbeeld de aankoop van een nieuwe straaljager, de opvolger van de huidige F-16. Militaire, strategische, financieel-economische, internationale en commerciële belangen spelen hierbij een rol, en een keuze voor welk vliegtuig dan ook heeft gevolgen voor de komende decennia. Er is nauwelijks een burger te vinden die hier het overzicht over heeft. Zelfs Kamerleden die zelf niet betrokken zijn op een bepaald dossier zullen soms moeten afgaan op de informatie die het collega-Kamerlid, die het dossier onder zijn beheer heeft, verstrekt, en die informatie zal een samenvattend karakter hebben. Ook journalisten, die wel proberen mee te kijken over de schouders van politici, hebben lang niet altijd de gedetailleerde kennis en ruimte om de burger grondig te informeren. Kortom, de kiezer heeft doorgaans een groot gebrek aan kennis over de onderwerpen die aan de orde zijn. De grote Britse staatsman Winston Churchill, die beslist een democraat was, verwoordde het ooit zo: ‘The best argument against democracy is a five-minute conversation with the average voter’.

Het gebrek aan kennis bij de kiezer wordt des te bezwaarlijker bij een (correctief) referendum. In dat geval gaat de op afstand staande burger rechtstreeks zijn keuze bepalen over onderwerpen waar deze weinig of geen verstand van heeft. Gezien het aantal wetsvoorstellen dat in het parlement in behandeling wordt genomen is het onmogelijk voor al die zaken een referendum uit te schrijven. Ook als slechts een referendum wordt uitgeschreven wanneer de burger erom vraagt middels een petitie met minimaal zoveel duizend handtekeningen zal de burger zich plots moeten gaan verdiepen in lastige materie die hij zich in zijn vrije tijd moet zien eigen maken.

In een democratie moet beleid ‘verkocht’ worden aan de kiezer. Politici stellen de werkelijkheid vaak mooier voor dan die is. Politieke partijen stellen tegen verkiezingstijd een partijprogramma op om de kiezer te informeren waar de partij zoal voor staat, maar weinigen lezen die. Verkiezingsdebatten op tv hebben weinig diepgang en dienen vooral om de politieke tegenstander in een hoek te drijven. Schaduwkanten van de politieke werkelijkheid, zoals noodzakelijke belastingverhoging of een versobering van de hypotheekrenteaftrek (om waar wat te noemen) zullen in zo’n debat worden gemeden. De kiezer moet gepaaid worden met mooie woorden en veelbelovende vergezichten, die nogal eens ver af staan van de latere werkelijkheid, nog afgezien van de concessies die gedaan moeten worden richting coalitiepartner bij een gebrek aan een absolute meerderheid. In de beeldcultuur van vandaag speelt het uiterlijk van een (kandidaat)politicus een grote rol. Ter verdediging van democratische politici die vooral de zonnige kant van hun beleid voor het voetlicht brengen, kan aangevoerd worden dat zij te maken hebben met een deel van het electoraat dat geen begrip heeft voor impopulaire maar noodzakelijke maatregelen. In die zin zijn kiezers  zelf verantwoordelijk voor het democratisch systeem met al zijn gebreken, en krijgen de kiezers de regering die ze verdienen.

Er kan een kandidaat worden gekozen die totaal ongeschikt, of zelfs gevaarlijk is. Mussolini, een openlijke antidemocraat, werd gekozen als parlementslid. Ook Adolf Hitler werd destijds gekozen in de Duitse Bondsdag. Toegegeven, dit zijn extreme voorbeelden en de kiezers hadden mogelijk weinig benul van de ware intenties van deze lieden, maar hen werd wel op democratische wijze een podium verschaft en na Hitlers staatsgreep was er in Duitsland bar weinig oppositie. Ook recenter zijn er gekozen politici die wel deskundig zijn in het aanboren van gevoelens van onvrede maar geen deskundigheid aan de dag leggen ten aanzien van het oplossen van problemen. Het presidentschap van de narcistische Donald Trump van de VS wordt gekenmerkt door tegenstrijdige uitspraken en onbehouwen gedrag in de vorm van schelden en verwijten. De mate van zijn respect voor feiten is omgekeerd evenredig aan zijn eigendunk en een gebrek aan beleidssamenhang doet vermoeden dat deze machtige man de competenties mist die nodig zijn voor dit hoge ambt.

In een moderne democratie mag iedereen zonder onderscheid vanaf een in de wet vastgelegde leeftijd stemmen, meestal vanaf 18 jaar. Lang niet iedereen heeft op die leeftijd het vermogen belijnd te denken en/of te onderscheiden. Wat bij het eerder genoemde referendum in nog sterkere mate geldt, geldt ook voor jeugdigen; met (nog) weinig kennis en levenservaring is het lastig om een afgewogen beslissing te nemen in het stemhokje.

Ook mensen die onverschilligheid aan de dag leggen ten aanzien van de maatschappij door deze zelfs (ernstige) schade toebrengen hebben stemrecht. Te denken valt aan fraudeurs of mensen die anderen ernstig lichamelijk en/of psychisch letsel toebrengen. Dit nadeel van democratie is redelijk eenvoudig op te lossen door de wet zo aan te passen dat het mogelijk wordt burgers van deelname aan verkiezingen uit te sluiten, maar daar is momenteel weinig animo voor en dat is jammer, want het recht om te stemmen zou weer een vóórrecht moeten zijn, iets wat men kan verliezen bij onbehoorlijk gedrag. Want waarom zou de koers van een land mede bepaald moeten worden door criminelen en medemensverachters?

Het is goed om zich bewust te zijn van de nadelen van democratie. Een democratisch systeem an sich is nog niet de oplossing voor problemen. Maar een alternatief is zomaar niet gevonden. Churchill zei eens: democratie is de slechtste regeringsvorm die er is, op alle andere vormen na die al geprobeerd zijn. Door zich bewust te zijn van de beperkingen van democratie kan er op geanticipeerd worden. Een goede grondwet bijvoorbeeld moet de belangrijkste rechten verankeren, een grondwet die niet door de waan van de dag gemakkelijk te veranderen is. In die zin biedt een goede democratisch tot stand gekomen grondwet behalve vrijheden ook bescherming tegen democratische willekeur. Want democratie kan zomaar veranderen in tirannie.

Plaats een reactie