Momenteel raast de corona-orkaan over de wereld met alle gevolgen van dien, humanitair en economisch. In rijke westerse democratieën kan redelijk nauwkeurig worden vastgesteld hoeveel mensen aan dit virus bezwijken. Voor arme landen zal wellicht nooit helemaal duidelijk worden hoeveel slachtoffers er vallen, maar te vrezen is dat het er veel zullen zijn. Voor wat betreft de economische gevolgen kan nu al worden vastgesteld dat die enorm zijn. Wat het coronavirus ook laat zien is waar ieders loyaliteit ligt.
De dramatische ontwikkelingen op de overbelaste ic’s in de Italiaanse regio Lombardije was voor Italiaanse politici reden om uit te halen naar de noordelijke Europese staten die te weinig solidariteit toonden wegens het achterhouden van noodzakelijke financiële middelen. Italië moet in hun ogen in staat worden gesteld gegarandeerde en dus goedkopere leningen aan te gaan teneinde het coronavirus het hoofd te bieden. Vandaar de roep om de eurobonds. In werkelijkheid worden hier twee zaken door elkaar gehaald. Enerzijds het coronavirus, dat inderdaad desastreuze gevolgen heeft voor welke economie dan ook en dus ook voor de Italiaanse, en anderzijds de penibele financiële situatie van Italië wegens de jarenlange forse begrotingstekorten, die er onder meer toe geleid hebben dat Italië een enorme staatsschuld heeft opgebouwd, waardoor het land jaarlijks veel kwijt is aan rente en aflossing. Het is de corona-orkaan die het dunne laagje stuifzand heeft weggeblazen waardoor de bom aan enorme staatsschuld ter grootte van meer dan 130% van het bbp bloot kwam te liggen. Onder het mom van solidariteit en Europese eensgezindheid heeft Italië de weinig toegeeflijke houding van met name Nederland en Duitsland om financiële middelen ter beschikking te stellen aan de kaak gesteld. Maar feitelijk is er sprake van morele chantage; rijkere landen dienen mede garant te staan voor de schulden van Italië, een land dat de achterliggende jaren een onvermogen en zelfs onwil aan de dag heeft gelegd om de staatsfinanciën op orde te brengen. Italië wordt graag geholpen maar weigert redelijke voorwaarden te accepteren.
In een interview met de Britse zakenkrant Financial Times op 16 april 2020 heeft ook de Franse president Emmanuel Macron in tamelijk heftige bewoordingen uitgehaald naar noordelijke Europese landen die, naar zijn opvattingen, weinig solidariteit tonen met de landen die het zwaarst getroffen worden door het coronavirus; Italië, Spanje en Griekenland. Vanwege de door het coronavirus ontstane nieuwe situatie kunnen we niet langer op de oude voet doorgaan, maar vraagt deze crisis om een nieuwe gezamenlijke aanpak, aldus het Franse staatshoofd, waarmee hij hint op de zogenoemde eurobonds. Het klinkt erg loyaal en Europeesgezind om het voor deze andere landen op te nemen, maar in werkelijkheid profiteert ook Frankrijk van de invoering van eurobonds. Het land heeft namelijk een grote staatsschuld en een economie die dringend hervorming nodig heeft. Kortom, de loyaliteit van de Franse president ligt bij zijn eigen land, niet bij Europa. Deze houding is kenmerkend voor in het bijzonder Frankrijk en voor de Europese lidstaten in het algemeen. Lidstaten willen best Europees gezind zijn, zolang het maar ten goede komt aan het eigen land. Daar is niets mis mee, want de politici zijn immers gekozen door de eigen burgers die hun eigen belangen graag behartigd zien. Maar dat betekent wel dat de soevereiniteit hoort te liggen daar waar de loyaliteit ligt, namelijk nationaal.
In de Europese Unie is de samenwerking gericht op geld en de verhoging van de welvaart en het vormen van een economisch blok als tegenwicht voor andere economische machten, zoals de Verenigde Staten, het al maar machtiger wordende China en in toenemende mate ook India. Die economische samenwerking is dus niet onbelangrijk. Economische samenwerking maakt sterker. Wat vergeten wordt is dat de lidstaten meer zijn dan economische subjecten. Europa bestaat uit een veelheid van culturen, talen en geschiedenissen. En het zijn juist deze aspecten -die doorgaans weinig aandacht krijgen- die iemands identiteit en keuzes bepalen, en er voor zorgen dat invloed van buitenaf als ongeoorloofde inmenging wordt beschouwd. Dat is de hoofdreden dat het Verenigd Koninkrijk in 2020 de EU heeft verlaten. Een overheveling van soevereiniteit van de lidstaten naar Brussel betekent dat er veel minder ruimte overblijft om de eigen identiteit te laten gelden. En laat nu de loyaliteit van veel burgers juist bij de eigen nationale identiteit liggen. Er zijn aanzienlijke verschillen tussen Noord- en Zuid-Europa, maar ook tussen Oost- en West-Europa, die allemaal te maken hebben met de verschillende (recente) geschiedenissen en culturen van landen. Een overheveling van macht naar Brussel betekent dat grote landen, zoals bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland, een zwaar stempel zullen drukken op het beleid dat gemakkelijk ten koste kan gaan van kleinere lidstaten. Zeker bij de verdeling van gelden zal dat wrevel en spanningen opleveren. Daarom is het belangrijk dat iedere lidstaat zijn eigen zaken op orde brengt en niet bij financieel onvermogen een beroep kan doen op het budget van andere lidstaten. Het leidt namelijk tot hulpverslaving. De prikkel om noodzakelijke hervormingen door te voeren wordt ermee weggenomen. Door de gemeenschappelijke euromunt is er sowieso al veel wederzijdse afhankelijkheid. Italië is een land dat too big to fail is; een uittreden van een grote economie als die van Italië uit de euro betekent waarschijnlijk een grote financiële en economische crisis in heel Europa. En zo ver zal niemand het willen laten komen. Zo bezien is het opbouwen van schulden een machtsinstrument. President Macron stelde in het voornoemde interview de vraag of we nu een economische Unie willen of een politieke Unie. Voor Macron was het duidelijk: een politieke. Maar wie grote spanningen in de toekomst wil vermijden kan beter voor die andere optie kiezen.