Met de vorming van een nieuwe regering na verkiezingen worden in een coalitiekabinet de kabinetsposten verdeeld. Daarbij wordt gekeken naar de grootte van de deelnemende coalitiepartners. Hoe meer stemmen een partij heeft behaald en dus meer Kamerzetels, des te meer ministers en staatssecretarissen zo’n partij mag leveren. In geval de verdeling tussen twee of drie coalitiepartners niet goed uitkomt omdat bijvoorbeeld de evenredigheid in gevaar komt, wordt er een extra staatssecretariaat gecreëerd. Verder speelt mee dat het ene departement meer gewicht in de schaal legt dan het andere. Onder meer de departementen van Financiën, Binnenlandse Zaken en natuurlijk vooral Algemene Zaken, wiens hoogste baas naamgever is van het kabinet, gelden als prestigieus, want invloedrijk. Aan het ministerie van Defensie wordt veel minder gewicht toegekend, nog afgezien van het gegeven dat de laatste tientallen jaren het budget voor de strijdkrachten alleen maar daalde en daarmee de aantrekkelijkheid van het ambt. Er is nu eenmaal geen oorlogsdreiging. Nederland is ook niet het meest strijdkrachten-gezinde land ter wereld. Voor carrièrepolitici is Defensie geen begeerlijke post, vaak een opstapje naar hopelijk iets beters. De eisen die gesteld worden aan de personen die invulling moeten gaan geven aan het ambt van minister en staatssecretaris van Defensie zijn niet specifiek. Voor het ministerie van Justitie wordt vrijwel altijd een jurist aangezocht en voor Financiën vaak een kandidaat met een economische achtergrond. Voor Defensie gelden geen (in)formele eisen. Terwijl bij serieuze militaire dreiging er heel wat van een minister van Defensie wordt gevraagd. (Dat geldt dan trouwens ook voor de minister-president bij een militair conflict). In geval van serieuze militaire dreiging zal de minister als eindverantwoordelijke enig strategisch inzicht moeten hebben om op niveau met generaals en admiraals te kunnen overleggen. Hij (of zij) zal tevens onder enorme druk moeten kunnen opereren. Fysiek en vooral mentaal kan het uiterste gevergd worden en dat voor langere tijd, en niet iedereen is daartegen opgewassen. Moeilijke politieke en militaire beslissingen kunnen vérstrekkende gevolgen hebben die gaan over leven en dood, beslissingen die verdedigd moeten worden in een parlement dat terecht kritisch is over elke gewonde of dode. Een parlement dat een informatieachterstand heeft op de minister en dat grondwettelijk eist om juist en volledig geïnformeerd te worden, maar met het oog op het geheime karakter van militaire operaties én in strijd met het politieke beginsel van de Tweede Kamer als controlerend lichaam nooit volledig geïnformeerd kan worden, vereist een manoeuvrerende bewindspersoon. Daarbij komt dat de Nederlandse politiek, op z’n minst sinds de jaren ’60 of wellicht eerder, een sterk pacifistisch karakter heeft, met name ter linkerzijde van het politieke spectrum. Een kabinet bestaande uit meerdere partijen, geconfronteerd met militaire dreiging, zal eerst intern overeenstemming moeten bereiken over de te voeren strategie. Ook de minister en staatssecretaris van Defensie kunnen van verschillende politieke partijen zijn. Daarna moet nog draagvlak gezocht worden in de Tweede Kamer, waar het kabinet in het Nederlandse dualistische stelsel geen deel van uitmaakt. Dat is een stuk lastiger dan in landen waar één regeringspartij de meerderheid heeft of de regering deel uitmaakt van het parlement of beide, zoals in het Verenigd Koninkrijk. Gebrek aan eensgezindheid betekent ook gebrek aan overtuigingskracht richting NAVO-partners, wier hulp ongetwijfeld nodig is voor een land dat met een beperkte slagkracht is aangewezen op hulp van andere landen.
Grote militaire acties of zelfs oorlog betekenen voor een minister (en staatssecretaris) oorlogvoering op meerdere fronten: niet alleen de buitenlandse vijandelijke mogendheid, maar ook de politiek. Dan hebben we het nog niet over de publieke opinie, die gevoed door vrije pers een eigen dynamiek te weeg brengt, die ook weer z’n weerslag heeft op het gekozen parlement.
Voor oorlogvoering is eensgezindheid, daadkracht en overtuigingskracht nodig. Er is een zeer sterke en veelzijdige minister van Defensie nodig om die in het Nederlandse politieke bestel te realiseren.